Daar is-ie, de biografie van schrijver Nanne Tepper: opkomst en ondergang van een Groninger bink

donderdag, 14 mei 2026 (08:42) - Dagblad van het Noorden

In dit artikel:

Nanne Tepper (Hoogezand) geldt als een van de markantste schrijvers uit Groningen: zijn fel ontvangen debuut De eeuwige jachtvelden (1995) vestigde zijn naam, gevolgd door De vaders van de gedachte, maar zijn leven mondde uit in een tragisch einde in 2012 op 50‑jarige leeftijd. Biograaf Lodewijk Verduin (1994) reconstrueert in Zo rijk en allesverpletterend zowel Tepper de auteur als Tepper de zelfbewuste mythomaan: een man die zijn bestaan vormgaf als schrijver, muzikant en soms zelfs acteur, en die tegelijk worstelde met teleurstellingen en depressie.

Verduin raakte tijdens zijn studie geïnteresseerd in Tepper nadat hij De eeuwige jachtvelden las en later ook Teppers briefbundel De kunst is mijn slagveld bekeek. Met instemming van Tepper’s familie doorzocht hij een omvangrijk archief aan papieren correspondentie, maar ook digitale sporen: e‑mails, blogs, chatlogs en forums. Die bronnen leverden nieuwe, verrassende feiten op: Tepper had kortstondig vanaf Groningen een eigen platenlabel, No Fuckin’ Chance Records, waarop drie releases verschenen, en hij speelde een hoofdrol in de arthousefilm Het verzegelde paradijs van Nico Kuizenga. Opnamen van een eenmalig Simplon‑optreden met de band The Imaginary Diseases circuleren online en illustreren hoe hij verschillende creatieve petten droeg.

Literair markeerde Tepper een vernieuwing: Verduin plaatst hem naast internationale vertelkunstenaars zoals Faulkner en Nabokov en ziet raakvlakken met de openhartige toon van David Foster Wallace. De eeuwige jachtvelden werd geroemd om zijn veelzijdige vertelregisters en de emotionele intensiteit, onder meer rond de controversiële relatie tussen broer Victor en zus Lisa. Tepper durfde in een tijd van ironie emotioneel te schrijven en combineerde een brede literaire ambitie met sterke wortels in het Groninger veenkoloniale landschap — een gebied dat bij hem zowel aantrekkingskracht als onuitwisbare binding belichaamde.

Privé kenmerkte zijn leven zich door vastberadenheid en veerkracht maar ook door teleurstellingen: na het terugtrekken uit het kroegleven eind jaren tachtig legde hij zichzelf een leven in opdracht van de literatuur op. Toen de grote romans uitbleven, verschoof hij naar essays, recensies en columns — deels uit ideële, deels uit financiële noodzaak. Tegelijk stapelden zich familieziekten en sterfgevallen op, wat zijn reeds aanwezige depressieve klachten verergerde. Die samenloop van artistieke frustratie en persoonlijke tegenslag leidde uiteindelijk tot zijn zelfdoding.

Verduins biografie toont niet alleen een literaire figuur maar ook het proces van zelfconstructie: Tepper wilde laten zien dat uit Groningen groots literair werk kon komen en bouwde rondom zichzelf een mythe van verloren jeugd en stedelijke verlossing. Zijn oeuvre mag klein zijn, het wordt door vrienden en kenners als wezenlijk en invloedrijk omschreven — een nalatenschap die nog steeds jonge lezers en schrijvers aanspreekt.