De bittere pensioenrealiteit onthuld: Iemand van 28 krijgt pas met 71,5 jaar AOW door asociale kabinetplannen

zondag, 24 mei 2026 (10:06) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Het kabinet werkt aan een ingrijpende wijziging van de koppeling tussen pensioen- en AOW-leeftijd en de levensverwachting, met verstrekkende gevolgen voor jongere generaties. Op dit moment wordt de AOW-leeftijd al gekoppeld aan levensverwachting en moet elke wijziging vijf jaar van tevoren worden vastgelegd; nu ligt die grens op 67 jaar en vanaf 2028 op 67 jaar en drie maanden. Waar de pensioenleeftijd nu jaarlijks met acht maanden omhooggaat bij een stijging van de levensverwachting, wil het kabinet voortaan een één-op-één-koppeling invoeren. Dat zou structureel zo’n 2,7 miljard euro per jaar schelen in de rijkskas.

Doorrekeningen van De Telegraaf en vakbond CNV illustreren de harde consequenties: iemand van 42 zou AOW pas vanaf zijn 70e verjaardag ontvangen, een 28‑jarige zou door moeten werken tot ongeveer 71 jaar en 6 maanden. Die lat ligt ver hoger dan nu en betekent dat jongeren bijna twee jaar langer werken voor dezelfde wettelijke basisuitkering (nu circa €1.638 bruto voor alleenstaanden en €1.122 voor samenwonenden). Tegelijkertijd zijn de totale AOW-uitgaven ongeveer €52 miljard per jaar; de AOW-premie van 17,9% brengt daarvan circa €23 miljard op, de rest komt uit algemene middelen.

Critici — waaronder vakbonden en werkgeversorganisaties — waarschuwen dat de maatregel onrechtvaardig en onwerkbaar is. Vooral mensen in fysiek zware beroepen (bouw, zorg, onderwijs) zouden de hogere pensioenleeftijd niet haalbaar vinden en risico lopen op arbeidsongeschiktheid, bijstand of armoede. Ook werkgevers vrezen de praktische en productieve gevolgen van oudere werknemers op de werkvloer. Politieke tegenstand en maatschappelijke onrust zijn al zichtbaar; het kabinet, met premier Jetten, spreekt van onderhandelingen over een sociaal akkoord maar stuit op fel verzet.

Verder voert het artikel aan dat het kabinet politieke keuzes maakt: er zou wel geld beschikbaar zijn voor asielbeleid, Brusselse herstelgelden en klimaatmaatregelen, waardoor de lasten onevenredig bij jongeren en ouderen komen te liggen. De discussie draait daarmee niet alleen om begrotingstechniek maar ook om solidariteit tussen generaties en de vraag wie de rekening van andere beleidsprioriteiten betaalt. De voorgenomen koppeling heeft politieke en sociale explosieve potentie en belooft een langdurige strijd over de toekomst van de AOW.