Kabinet-Jetten laat de burger stikken in energiecrisis: "Er is geen geld voor"

woensdag, 25 maart 2026 (10:37) - Dagelijkse Standaard

In dit artikel:

Het stuk hekelt het krapzittende minderheidskabinet onder premier Rob Jetten omdat het volgens de auteur niet reageert op oplopende lasten voor huishoudens en bedrijven nu de oorlog in het Midden-Oosten de energiezekerheid bedreigt. Op een EU-top kreeg Jetten een somber beeld voorgeschoteld van ECB-president Christine Lagarde; het Internationaal Energieagentschap waarschuwt bovendien voor tientallen beschadigde energie-installaties en een aanhoudende energiecrisis. Volgens de schrijver is er dus dringend nationaal beleid nodig, maar in Den Haag ontbreekt volgens hen het zichtbare ingrijpen.

Op nationaal niveau weigert minister van Financiën Eelco Heinen accijnsverlagingen op brandstof door te voeren om consumenten en ondernemers te ontlasten. Heinen verwijst naar beperkte begrotingsruimte; de krant meldt een begrotingsgat van circa 3 miljard euro dat wordt toegeschreven aan problemen bij de asielopvang. De oppositie, met name GroenLinks-PvdA-leider Jesse Klaver, pleit voor een prijsplafond voor oliemaatschappijen; de auteur noemt dat risicovol en verwijst naar voorbeelden in België waar dat tot problemen zou hebben geleid. De meest directe ingreep — verlaging van accijnzen — wordt afgewezen door het kabinet, ook al profiteert de staat door de hogere pompprijzen van extra inkomsten.

Ook op het sociale domein zou het kabinet falen: minister Hans Vijlbrief zou het opzetten van een noodfonds voor energieleed organisatorisch niet tijdig rond krijgen, waardoor ondersteuning voor kwetsbare huishoudens pas in het najaar wordt verwacht. Het artikel koppelt deze beleidskeuzen aan politieke prioriteiten; volgens de schrijver blijft er wél geld beschikbaar voor asielopvang en klimaatinspanningen, terwijl gewone huishoudens en ondernemers de rekening krijgen.

Daarnaast bevat het stuk oproepen en petities tegen schoolprogramma’s als de ‘Week van de Lentekriebels’ en materiaal van Rutgers, waarmee het een bredere culturele en politieke tegenreactie voert. Samengevat: de auteur verwacht daadkracht en financiële verlichting van het kabinet, maar ziet alleen uitstel en politieke prioriteiten die de burger naar eigen zeggen laten opdraaien voor stijgende lasten.