Koolmees had 'buikpijn' van invoering avondklok, maar ging toch overstag
In dit artikel:
Verhoren van oud-ministers tonen dat er tijdens kabinet-Rutte III wel degelijk spanningen bestonden over het coronbeleid, ondanks officiële ontkenningen van een interne ’stammenstrijd’. In verklaringen en ingeziene appberichten geven voormalig zorgminister Tamara van Ark (VVD) en ex-minister van Sociale Zaken Wouter Koolmees (D66) een genuanceerd beeld van verdeeldheid tussen de zorghoek en de sociaal-economische bewindslieden in 2020–2021.
Van Ark zegt niet bewust twee kampen te hebben ervaren en wijst op beslissingen in het najaar van 2020 als bewijs dat besluiten breder werden genomen. Tegelijk erkent zij dat zij het dilemma van harde maatregelen versus de maatschappelijke kosten scherp voelde. Uit appverkeer blijkt dat coronaminister Hugo de Jonge nadrukkelijk voor een strenge lockdown pleitte; Van Ark zegt ook aan die kant te hebben gestaan, maar worstelde met de gevolgen voor zorg en samenleving. In het voorjaar van 2021 overwoog zij zelfs haar portefeuille neer te leggen als versoepelingen doorgedrukt zouden worden terwijl de zorg nog overbelast was.
Koolmees benadrukt de formele eensgezindheid van de ministerraad — eenmaal genomen besluiten worden gezamenlijk gedragen en wie fundamenteel tegen is hoort op te stappen — maar bevestigt dat spanningen en scherpe onderlinge woorden voorkwamen. Hij noemt de avondklok een voorbeeld waar hij ’buikpijn’ van had, en stelt dat er wel een gedeelde prioriteit bestond: het voorkomen van het ergste scenario voor de volksgezondheid.
Daarnaast sneert Koolmees indirect naar toenmalig D66-fractievoorzitter Rob Jetten over zijn nadruk op precieze details van maatregelen, zoals het exacte tijdstip waarop de avondklok inging. De verhoren schetsen daarmee een kabinet waarin formele eensgezindheid bestond, maar waarachter stevige meningsverschillen en morele afwegingen speelden bij het bepalen van het coronebeleid.