Promovendus: Reformatorische opinieleiders moeten waakzaam zijn voor de impact van hun woorden

dinsdag, 21 april 2026 (14:38) - Reformatorisch Dagblad

In dit artikel:

Tobias Cinjee (28) promoveerde dinsdag aan de Vrije Universiteit Amsterdam op het proefschrift "Narratives in Times of Crisis. The sociological and psychological functioning of theological narratives within the Dutch bevindelijk gereformeerde community". Hij onderzocht hoe Nederlandse bevindelijk gereformeerde gelovigen de afgelopen vijf à zes jaar hun bestaande theologische begrippen gebruikten om betekenis te geven aan drie actuele crises: de coronapandemie, de ecologische crisis en het genderdebat. Cinjee combineerde theologische analyse met sociologische en psychologische invalshoeken en voerde interviews met gewone kerkleden uit kringen als de Gereformeerde Gemeenten, de Christelijke Gereformeerde Kerken en de Hersteld Hervormde Kerk.

Een kernbevinding is dat verzet tegen het zogenoemde maakbaarheidsdenken als rode draad terugkeert in de manier waarop deze groepen de crises duiden. Veel respondenten koppelden het idee dat mensen God niet volledig kunnen doorgronden en dat God soeverein over de wereld regeert, aan gebeurtenissen zoals Covid-19. Daarnaast zagen zij pogingen van overheid en wetenschap om de pandemie strak te reguleren als vruchteloos bewijs van de onmaakbaarheid van de werkelijkheid. Ditzelfde verzet tegen maakbaarheid speelt volgens Cinjee ook een belangrijke rol in de weerstand tegen wat men binnen deze kring "genderideologie" noemt: gender wordt vaak gezien als iets gegeven, niet maakbaar.

Ondanks die verbindende begrippen constateerde Cinjee ook verschillen tussen de drie thema’s. De nadruk op persoonlijke bekering — een centraal element in het bevindelijk gereformeerde denken — werd veelvuldig ingezet bij de uitleg van de coronacrisis, maar speelde veel minder in het genderdebat. In dat debat zagen hij bovendien nieuwe en verrassende allianties ontstaan: reformatorische opinieleiders traden soms samen op met evangelischen, strenge rooms-katholieken (bijvoorbeeld uit de kring van Civitas Christiana) en zelfs groepen die eerder als tegenstanders werden gezien. Zulke coalities herdefiniëren groepsidentiteit en groepsgrenzen.

Cinjee gebruikt het begrip narratief om terugkerende verhalen of redeneerpaden te duiden die binnen de gemeenschap worden herhaald en die een relatie tussen God, mens en wereld schetsen (bijvoorbeeld: "God staat boven alles" of "we moeten ons bekeren"). Hij betoogt dat deze narratieven niet alleen verklarend bedoeld zijn, maar ook identiteitsvormend: leidende personen hanteren soms retoriek van "strijd", "front" en "crisis" om duidelijk te maken welke waarden beschermd moeten worden. Die retoriek wordt gevoed door emoties als angst — voor verlies van religieuze vrijheden, voor opslokken door de tijdgeest of voor het niet gehoord worden — en kan daardoor groepsintern druk creëren.

Wanneer het dominante narratief tekortschiet om gebeurtenissen te verklaren, zo vond Cinjee, zoeken sommige mensen in de gemeenschap alternatieve betekenissen, wat tijdens de coronapandemie soms neerkwam op een neiging tot complottheorieën. Als voorbeeld noemt hij de aandacht voor ideeën rond de zogenaamde "Great Reset" in bepaalde preken en discussies. Hoewel Cinjee niet primair de waarheidswaarde van opvattingen onderzocht, legt hij wel de nadruk op processen die bepalen hoe zulke verhalen werken binnen de groep.

Een belangrijke zorg in zijn onderzoek is de uitwerking van harde, alarmistische en polariserende retoriek op kwetsbare individuen, met name mensen die worstelen met hun gender- of seksuele identiteit. Cinjee heeft niet empirisch vastgesteld dat die retoriek direct schade heeft toegebracht aan specifieke personen, maar verwijst naar literatuur en logica die laten zien dat woorden en framing effect hebben: voortdurende termen als "genderideologie", "scheppingsorde" of "duivelse leugens" kunnen uitsluiting versterken en mensen buiten de groep plaatsen.

Als aanbeveling roept hij opinieleiders binnen de bevindelijk gereformeerde gemeenschap op kritischer te reflecteren op de narratieven en retoriek die zij hanteren, en op de coalities die zij smeden. Hij suggereert dat een minder alarmistische, meer genuanceerde benadering beter zou aansluiten bij de diversiteit binnen de groep en jongvolwassenen die zoeken naar handelingsperspectief in de moderne samenleving. Cinjee schrijft vanuit betrokkenheid en vanuit eigen achtergrond in de stroming; zijn doel was vooral inzicht te geven in hoe theologische narratieven sociologisch en psychologisch functioneren in tijden van crisis.