Trots overheerst bij premierspartij D66, maar leden vrezen dat mogelijke steunpilaren Jetten verder naar rechts trekken
In dit artikel:
Op het D66-congres in Nieuwegein overheerst trots nu Rob Jetten de eerste minister-president uit de partij is — en de eerste openlijk homoseksuele premier van Nederland — maar er klonken ook duidelijke zorgen over het nieuwe minderheidskabinet en het coalitieakkoord met VVD en CDA. Veel leden vinden het akkoord te vrijemarktgelijk en rechtser uitgevallen; sommigen zeggen dat het meer 'liberaal' dan 'sociaal-liberaal' is, zoals D66 zichzelf meestal typeert. De voorzitter van de Jonge Democraten, Rachelle Smook, riep leden op niet mee te gaan in de "domrechtse droom van de VVD."
Leden vrezen vooral dat VVD-invloed leidt tot strengere economische en asielmaatregelen en dat CDA, samen met mogelijke confessionele steunpartijen als SGP en ChristenUnie, ingrepen op medisch-ethische terreinen zal blokkeren. Daarom kreeg een motie die oproept tot waakzaamheid op emancipatie en medische ethiek brede steun binnen de partij. Ook de mogelijke samenwerking met JA21 — door sommigen bestempeld als extreemrechts — veroorzaakte discussie; een motie om JA21 in de toekomst nooit als coalitiepartner te beschouwen werd echter door ongeveer 85% van de leden verworpen. Volgens Eerste Kamerfractieleider Paul van Meenen moet D66 selectief zijn in wie uitgesloten wordt (hij noemde alleen PVV en FVD als onaanvaardbaar).
Toch bleef het optimisme dominant: ongeveer 85% van de aanwezigen stemde in met het coalitieakkoord. De congreszaal met 2300 plaatsen was uitverkocht, en Jetten verwees in zijn toespraak naar partijiconen zoals Hans van Mierlo en Els Borst. Veel leden hopen dat D66 in de komende twee jaar zichtbare resultaten boekt zonder haar identiteit te verliezen; sommigen rekenen erop dat GroenLinks/PvdA het kabinet verder naar D66-waarden kan trekken. Een gemompelde opmerking vatte de interne spanning samen: "Probeer Dilan Yesilgöz maar eens te overtuigen."