Tussen geopolitiek en puin: 90 miljoen Iraniërs
In dit artikel:
Tien dagen na mijn vorige column is de laatste rest hoop verdwenen. Wat begon als een kleine mogelijkheid dat de oorlog niet volledig zou escaleren, is omgeslagen in een ernstig pessimistisch beeld: duizenden doden—vaak gewone burgers en kinderen, zoals de 168 meisjes op een school in Minab—en een conflict dat steeds chaotischer lijkt te worden.
De politieke communicatie vanuit Den Haag draagt niet bij aan duidelijkheid. Terwijl het fregat Evertsen al met Franse eenheden meevoer, wisselden woordkeuzes tussen “meedoen”, “beschermen” en een “nadrukkelijk defensieve inzet” elkaar in korte tijd af, zonder dat iemand helder kon uitleggen wat Nederland concreet van plan is. Dat past in een bredere traditie van besluiteloosheid bij internationale betrokkenheid, met risico’s die we eerder zagen in Srebrenica, Kunduz en Hawija.
Vanuit Iran zelf komt via een paar Twitter-accounts een grimmig beeld: een land dat op honderden plekken tegelijk wordt aangevallen, mogelijk duizenden bombardementen, en een herhaalde internetblack-out waardoor contact met familie zwaar bemoeilijkt is. De auteur schetst persoonlijke gevolgen: moeilijkheden om zijn ouders in Isfahan te bereiken, dat inmiddels door vele bombardementen is getroffen. Een klein lichtpuntje is een nieuw regimeproduct: simkaarten waarmee beperkt internationaal gebeld kan worden, maar slechts kort geldig—een cynische manier om zelfs van communicatiebeperkingen winst te maken.
Het kantelpunt dat alle hoop op een humane uitkomst wegneemt, komt volgens de columnist uit Washington: een scenario dat geopolitiek analist Alex Krijger bij WNL schetste. Centraal staat het eiland Kharg, ongeveer 25 km van de Iraanse kust, waar het grootste deel van de Iraanse olie-export samenkomt. Wie Kharg beheerst, kan feitelijk het grootste deel van Iran’s olie-uitvoer lamleggen. Strategisch bekeken zou dat de geopolitieke machtsbalans drastisch kunnen verschuiven: de VS heeft minder behoefte aan Midden-Oosterse olie, China wel, en controle over energiestromen is een formidabel wapen in internationale rivaliteit.
De verwachte gevolgen zijn desastreus voor de Iraanse samenleving: regionale afscheursdrift en autonomie-eisen van Koerden, Balochi’s, Arabieren en Azeri’s; verslechtering van regeringscontrole; massale repressie van demonstranten en vermeende buitenlandse handlangers; nieuwe sanctierondes die vooral de gewone bevolking treffen. Tegelijk verschuift de aandacht van andere conflicten in de regio omdat Golfstaten verwikkeld raken in hun eigen strategieën.
Praktische signalen van de escalerende situatie: Nederland verplaatst tijdelijk zijn ambassade in Iran naar Azerbeidzjan, waardoor consulaire hulp honderden kilometers verderop komt te liggen—een onpraktische maar symbolische stap.
De conclusie is hard: als dit scenario zich ontvouwt, zijn de grootste verliezers niet externe machthebbers, maar de ongeveer 90 miljoen Iraniërs die al jarenlang tussen sancties, autoritaire politiek en geopolitieke calculaties gevangen zitten, en die nu opnieuw de prijs van een oorlog dreigen te betalen waar ze niets om vroegen.