Verena Blok over haar tentoonstelling Love Shit in Foam: 'Een kind krijgen is meer dan ooit iets politieks'
In dit artikel:
Kunstenaar Verena Blok (35) plaatst zwangerschap en abortus als alledaagse, complexe onderdelen van het leven centraal in haar tentoonstelling Love Shit, te zien in Foam (Amsterdam) tot 25 mei. Ze wil laten zien dat reproductieve rechten zich niet laten vangen in simplistische moraalverhalen en hekelt het voortdurende betuttelen van vrouwen rondom voortplanting.
Als directe aanleiding noemt Blok de ommekeer in de Verenigde Staten op 24 juni 2022, toen het Amerikaanse Hooggerechtshof Roe v. Wade terugdraaide. Ze wijst er tegelijk op dat ook in Europa de toegang tot abortus allesbehalve uniform of vanzelfsprekend is: Frankrijk kent sinds kort opname van abortus in de grondwet maar hanteert een limiet van veertien weken, Nederland staat abortus toe tot 24 weken, Polen criminaliseerde abortus in 2020 met fatale gevolgen voor sommige vrouwen en Duitsland laat ongewenst zwangeren verplicht verschijnen voor een commissie. Deze uiteenlopende praktijken vormen voor Blok de aanleiding om het onderwerp scherp te onderzoeken en publiekelijk bespreekbaar te maken.
De titel Love Shit komt voort uit een tekening van een vierjarig meisje die volgens Blok precies vat op de dubbelheid van liefde en rommeligheid rond voortplanting. Blok: “Sinds ik zelf een kind heb gekregen, ben ik nog radicaler geworden in mijn feminisme,” zegt ze—een persoonlijke ervaring die haar werk en engagement verscherpt heeft. Ze is gefrustreerd over het stigma rond abortus, over de lange reizen die vrouwen soms moeten maken om zorg te bereiken en over protesten bij klinieken.
Voor het project reisde Blok naar Polen, Frankrijk, Duitsland en Nederland om zwangere vrouwen te fotograferen; sommige portretten zijn naakt, soms kwetsbaar, soms weerbaar. In België lukte het haar niet iemand te vinden die wilde meewerken, wat haar reflectie op stilzwijgen en taboe versterkte. Ze werkte met een kleine, weinig opdringerige camera en maakte bovendien fotografische studies van zoenende paren en spelende kinderen, om zwangerschap te normaliseren en als iets collectiefs te presenteren in plaats van een geïsoleerde toestand.
Haar interesse in culturele en sociale contexten vloeit voor een deel voort uit haar achtergrond: ouders antropologen, een Poolse moeder en Nederlandse vader en een jeugd in meerdere landen. Eerder werk, zoals de korte film Robota over hypermasculiniteit op het Poolse platteland, verbindt vergelijkbare thema’s van identiteit, migratie en mannelijkheid met haar huidige focus op gender en reproductie. Tijdens de coronaperiode solliciteerde ze bij een abortuskliniek en werkte daar als eerste aanspreekpunt, wat haar beeld van de cliënthin sterk relativiseerde: de meeste vrouwen die een abortus ondergaan zijn tussen de dertig en vijfendertig en vaak al moeder; spijt blijkt statistisch zeldzaam, al hoort rouw soms bij het proces.
In Foam toont Blok geen idyllisch beeld van zwangerschap maar juist de alledaagse, ruwe realiteit: close-ups van een abortuspil (met haar pleidooi dat deze bij de drogist moet liggen), kindertekeningen op een moederbuik, monsterachtige poppen en rode prints die zowel bloed als liefde kunnen weerspiegelen. De presentatie vraagt bezoekers om anders naar reproductieve rechten te kijken: niet louter als individuele keuze maar als politiek en collectief vraagstuk dat door wetgeving, conservatieve beleidsmaatregelen of moederpremies wordt gevormd.
Bloks doel is dat Love Shit gesprekken op gang brengt over autonomie, stigma en de maatschappelijke verantwoordelijkheid rondom zwangerschap en abortus—en dat kunst moederschap uit de marges haalt en het als onderwerp van breed maatschappelijk debat positioneert.